NL FR EN

Project 2016-2018 : Integrale opvang van slachtoffers van acuut seksueel geweld- UGent


Eindelijk hulpcentra voor slachtoffers seksueel geweld

Door Elke Sleurs op 23 september 2016, over deze onderwerpen: Gelijke kansen

Krantenkop

Eindelijk hulpcentra voor verkrachte vrouwen

De Morgen - 23 Sep. 2016

'Deze aanpak geeft meer kans op sneller herstel. En minder risico om opnieuw slachtoffer te worden' INES KEYGNAERT, ONDERZOEKER UGENT Slachtoffers van seksueel geweld kunnen vanaf volgend jaar terecht in gespecialiseerde centra in ons land. Dat is een proefproject van staatssecretaris voor Gelijke Kansen Elke Sleurs (N-VA) en de UGent. 'Nu worden ze al te vaak van het kastje naar de muur gestuurd.'

Dat het vreselijk lang heeft geduurd, daarover zijn experts het roerend eens. Maar begin volgend jaar krijgt ons land voor het eerst centra voor seksueel geweld. Daar zitten artsen, psychologen en juristen onder één dak. Willen slachtoffers van verkrachting aangifte doen, dan komt de politie hen daar ter plaatse verhoren.

In een eerste proefperiode gaat het om drie centra, in ziekenhuizen in Vlaanderen (wellicht in Gent), Brussel en Wallonië. Blijkt het recept een succes, dan volgen andere steden in sneltempo, zo maakt staatssecretaris Elke Sleurs (N-VA) zich sterk.

Dat de nood hoog is, mag duidelijk zijn. De Belgische cijfers liegen er niet om, met naar schatting 43.000 verkrachtingen per jaar, ofwel minstens honderd per dag. Opmerkelijk: slechts één op de tien getroffenen doet aangifte.

Nood aan overkoepeling

Voor hun project deden staatssecretaris Sleurs en de UGent inspiratie op over de grenzen. Zo bestaan er in Nederland sinds 2012 een tiental centra seksueel geweld, ook Denemarken sprong op de kar. Het Verenigd Koninkrijk en Ierland spannen de kroon: daar bestaat het model al dertig jaar.

"Wij hinken echt achterop", hekelt Liesbeth Kennes, zelf als kind seksueel misbruikt en oprichtster van de blog Wij Spreken voor Onszelf. "Hier word je als slachtoffer al te vaak van het kastje naar de muur gestuurd. Dat is zo nefast voor de verwerking. Tot nog toe is er geen enkel opvangcentrum dat alle facetten - therapie, juridische hulp, politiebijstand - aanbiedt. Er is dringend nood aan die overkoepeling."

Het centrum, dat zowel vrouwen als mannen opvangt, zal de slachtoffers ook niet zomaar laten schieten, verzekert Ines Keygnaert, onderzoeker aan het International Centre for Reproductive Health (UGent) en coördinator van de proefprojectstudie. "Ze worden er langer dan één dag opgevolgd. Ze krijgen er medicatie, psychische begeleiding, krijgen er hulp als ze een proces willen aanspannen. Die brede aanpak loont. Je hebt meer kans op sneller, langduriger herstel. En minder risico om opnieuw slachtoffer te worden."

Ook test het centrum de slachtoffers een maand na de feiten op posttraumatisch stresssyndroom (PTSS), wat tot gelijkaardige symptomen kan leiden als van oorlogsveteranen. "Slachtoffers kunnen dat syndroom erg lang meedragen en hoppen vaak van de ene psycholoog naar de andere. Het tast niet alleen hun gezondheid aan, maar ook hun relatie, hun werkleven. Het is dus noodzakelijk om hier snel op in te grijpen."

Bereidheid tot aangifte

Bovendien, zo geven de buitenlandse centra aan: meten is weten. Zo doet een multidisciplinaire aanpak ook de aangiftebereidheid stijgen. En dat kan een meerwaarde zijn, menen experts, wetende hoe versnipperd alle cijfermateriaal nu is. "Hoeveel vrouwen en mannen worden slachtoffer van verkrachting? Hoeveel doen er aangifte? Hoeveel daders worden bestraft en wat is hun strafmaat? Het zijn vragen die steeds harder om een fatsoenlijk antwoord roepen", meent Liesbeth Kennes.

Ook daar komt nu een aanzet toe. Zo heeft Belspo, de federale overheidsdienst voor wetenschapsbeleid, een prevalentieonderzoek uitgeschreven naar verkrachtingen in ons land. Die studie moet er volgend jaar komen.

 

https://www.uzgent.be/nl/home/Lists/PDFs%20UZ%20letters/opvang_seksueelgeweld.pdf